Alleengeboren tweeling
Het fenomeen ‘Alleengeboren tweeling’ komt vaker voor dan je wellicht zou denken. Naar schatting begint 10% van de zwangerschappen als een tweeling. Uitgebreid onderzoek in een Belgische gynaecologische praktijk, waar alle zwangeren een heel fijngevoelige echo kregen, toonde aan dat maar liefst één op de tien zwangerschappen starten als tweeling (of een meerling). Maar ergens tijdens de zwangerschap redt één van de kindjes het dan niet. Soms krijgt de moeder een bloeding of een miskraam, maar lang niet altijd. Soms merkt ze er niks van. Het andere kind wordt vervolgens als een éénling geboren. Vaak mist het kind de ander, bewust of onbewust. Dat kan ook gelden voor de moeder. Die kan op haar beurt onbewust ook het gevoel hebben dat er wat mist of dat er, heel specifiek, een kindje mist.

Op de laag van de ziel zijn tweelingen heel bijzonder. De diepste verbinding is namelijk die tussen kinderen die samen waren in de baarmoeder. Ook als die tijd maar heel kort was. Die verbinding gaat verder dan die tussen ‘gewone’ broers en zussen. Op zielsniveau is die verbinding zelfs sterker dan de verbinding met de moeder.
Persoonlijk verhaal
In oktober 2010 raakte ik zwanger van mijn jongste zoon. Geheel anders dan bij zijn oudere broer en zus had ik tijdens het eerste trimester van de zwangerschap drie forse bloedingen. De eerste keer was in de 5de week waarna ik naar de verloskundige belde en mijn vermoeden van een miskraam uitsprak. Of eigenlijk was het geen vermoeden; ik wist het zeker! Manlief en ik mochten voor een echo naar de praktijk toe komen. Gedurende de autorit kon ik alleen maar huilen. Dat waren vooral de hormonen want ik stond er nuchter in. Als de natuur had besloten dat het een miskraam was, dan was dat zo.
Tijdens de echo bleek het anders. Hoewel het vruchtje nog piepklein was, bleek het hartje al te kloppen; niet groter dan een rijstekorrel zag ik een kleine wit puntje op het scherm knipperen. Ik nam het waar maar dat beeld klopte niet met wat ik ervoer en dat gevoel kreeg ik niet ongedaan. Aan de verloskundige vroeg ik of er iets bijzonders was te zien. Dit bleek volgens haar niet zo te zijn.
Met gemengde gevoelens en een foto van onze ‘rijstekorrel’ in mijn handen, stond ik niet veel later weer buiten.
In de 7de en 11de week had ik wederom een bloeding. Ik kreeg verschillende echo’s met elke keer de bevestiging van de verloskundige dat het goed ging met onze ‘rijstekorrel’. Hoewel het inmiddels een foetus was geworden, had ik er nog altijd een onbestendig gevoel bij maar ik kon dat verder niet verklaren.
Rond de 10de week kwam er iemand van ‘Moeders voor Moeders’ bij ons langs omdat ik, net zoals ik dat bij de oudste zoon had gedaan, urine wilde sparen. De vrouw deed volgens protocol een test en liet toen verrukt weten dat ik wel héél véél hormonen in mijn urine had. Ook had ik al een aardig buikje voor mijn doen en de vrouw vroeg of ik zwanger was van een tweeling. Dat zijn dan van die ’toevalligheden’ die pas veel later betekenis krijgen.
Tot aan de bevalling heb ik een vreemd gevoel over de zwangerschap gehad. Toen onze zoon eenmaal was geboren, verdween dat gevoel naar de achtergrond. De bevalling zelf verliep anders dan bij de andere twee kinderen maar fysiek gezien wees niks op een verloren tweelinghelft.
Drie jaar later volgde ik een mediamieke opleiding waarbij we tijdens een lesdag foto’s van onszelf en eventuele gezinsleden mochten meenemen. Nadat ik de foto’s had neergelegd, pakte een medecursist direct de foto van mijn jongste zoon. Ze liet weten daar veel bij te voelen maar ik had toen geen idee waar ze op doelde.
Een week later ontving ik een mail van haar. In de afstemming die ze op zoonlief had gemaakt, beschreef ze exact hoe mijn bevalling was verlopen; van de drie bloedingen aan het begin tot het onbestemde gevoel wat ik tot op het eind had. Ze gaf aan dat hij een alleengeboren tweeling is en dat hij, heel vroeg in de zwangerschap, een zusje was verloren. De reden dat het meisje was afgehaakt was omdat ik het fysiek dan wel mentaal niet aan zou kunnen. Iets wat voor mij als kloppend voelde daar ik mezelf in week 20 van de zwangerschap had ziekgemeld om gedurende de rest van de zwangerschap niet meer te werken. Ik had last van bekkeninstabiliteit en harde buiken bij de minste of geringste inspanning. Voor mij voelde die afstemming als dé bevestiging van een verloren tweelinghelft. Iets wat ik op zielsniveau altijd heb geweten.
Na die bevestiging kwam in de loop der tijd de (h)erkenning van het hebben van een verloren tweelinghelft en dus ook een alleengeboren tweeling. Dat mijn zoon tot aan zijn 4de jaar veel huilde in het bijzijn van kleine meisjes vond ik daardoor verklaarbaar. Hij was er bang voor en ik linkte dat aan zijn ‘verloren’ tweelingzusje. Maar ook de ‘hang naar de dood’ wat een typisch kenmerk voor een alleengeboren tweeling is, vond ik opvallend. Wanneer manlief of ik met onze zoon hand-in-hand buiten liep, presteerde hij het om zichzelf los te rukken en de straat over te rennen wanneer er net een fietser of auto voorbij kwam. Iets wat geregeld is voorgekomen en wat soms voor benarde levensgevaarlijke situaties zorgde. Zodanig dat op enig moment een vader op het schoolplein mijn man een kindertuigje te leen aanbood om deze te gebruiken.
Verder heeft zoonlief zichzelf, toen hij nog een peuter was, een paar keer getekend met een ‘kleine koppoter’ ernaast. Wie dat was heeft hij nooit benoemd maar de tekeningen heb ik bewaard.

Toen zoonlief een jaar of vier was, gingen we naar een spirituele beurs. Tijdens deze middag was er een familieopsteller aanwezig. Zij werkte met jonge kinderen en deed dit middels een tafelopstelling waarbij ze gebruik maakte van Playmobiel poppetjes. Ze vond mijn zoon eigenlijk nog te jong voor een sessie maar op mijn vraag of hij het toch mocht proberen, stemde ze in. Hij zette ons gezin neer, inclusief een klein baby’tje bij zichzelf. Zijn verloren tweelingzusje!

Op oudere leeftijd begon het me op te vallen dat wanneer ik foto’s van de kinderen maakte, ik naderhand vaak zag dat er tussen hem en zijn oudere broer en zus een ‘lege ruimte’ was te zien. Alsof daar zijn zusje in de energie aanwezig was en zoonlief haar onbewust deze ruimte gaf. Zo heb ik vele vakantiekiekjes met deze duidelijk zichtbare ‘lege ruimte’.
Vanaf de eerste bloeding tijdens de zwangerschap tot aan de ‘bevestiging’ heb ik intuïtief geweten dat er sprake van een ‘miskraam’ was. Of heel specifiek een ‘verloren tweelinghelft’. Na de bevestiging werd het me duidelijk dat ikzelf een verloren tweelingbroer heb. Als kind speelde ik vaak met (meestal oudere) jongens, als puber ging ik op karate en als volwassene leidde ik een ‘dubbelleven’ en had twee totaal uiteenlopende banen. Zo werkte ik als verpleegkundige in het ziekenhuis terwijl ik ook als beveiliger in de horeca werkte. Daarnaast had ik altijd ‘het gas erop’; de lat lag hoog en ik kende weinig rust. Dat hoefde overigens ook niet want ik had energie voor twee. Ik sprak vaak in de ‘wij-vorm’, heb me als kind vaak eenzaam gevoeld en was heel gevoelig. Pas veel later herkende ik meer kenmerken. De wetenschap van een alleengeboren tweeling te zijn en de daaruit voorvloeiende inzichten, gaven en geven mij de nodige rust.
Specifieke eigenschappen van een alleengeboren tweeling
Er zijn verschillende ‘eigenschappen’ die kunnen passen bij een alleengeboren tweeling. Veel mensen hebben sommige eigenschappen. Een alleengeboren tweeling heeft er vaak meer. Als je jezelf herkent in onderstaande eigenschappen en je kunt er maar niet achter komen wat er met jou gaande is, dan behoort dit wellicht tot een mogelijkheid.
- Je bent heel goed bewust van de behoeften van een ander, maar gemakkelijk gekwetst als een ander jouw behoeften niet ziet.
- In je emoties kan je gemakkelijk “over the top” reageren of je bent juist totaal afgesneden van je emoties; je leeft emotioneel vaak in uitersten.
- Je hebt een groot empathisch vermogen.
- Het is gemakkelijk projecten op te starten, afwerken lukt veelal niet.
- Je leidt een ‘dubbelleven’ (bijv twee banen, uiteenlopende hobby’s, wisselende contacten in relaties en/of vriendschappen) of je leven is juist sober (geen baan, geen hobby’s, geen partner, weinig vriendschappen).
- Een tafeltje met twee stoelen is mooier dan met één stoel of drie stoelen. Dingen horen per twee om mooi te zijn.
- Je houdt van symmetrie.
- Je verlangt naar de ideale partner of zoekt in je partner een soulmate.
- Je durft juist geen band met iemand aan te gaan.
- Je hebt twee heel tegengestelde kanten in je persoonlijkheid. Soms ben je heel erg verlegen terwijl je in andere situaties heel erg op de voorgrond staat.
- Als je je kwaliteiten helemaal gebruikt voel je je schuldig tegenover iemand die die kwaliteiten niet heeft.
- Je besefte je al op jonge leeftijd dat je anders was dan anderen.
- In je leven kom je regelmatig situaties tegen dat je dingen of personen dient los te laten. Vaak blijft een “waarom” achter.
- Het is moeilijk om bij je innerlijke rust te komen.
- Je bent al heel je leven op zoek. Je zoekt steeds een nieuwe uitdaging of ervaring op, maar niets brengt je voldoening.
- Afscheid nemen op een feestje is moeilijk. Ofwel wacht je tot de laatste, ofwel ga je er liefst in het geniep vandoor.
- Je doet steeds teveel dingen tegelijk.
- Je bent perfectionistisch en tegelijk heel slordig.
- Foto’s betekenen iets speciaal voor jou, ofwel wil je er helemaal niet op en maak je liever zelf foto’s ofwel moet je op elke foto staan.
- Als je ergens komt, scan je eerst en vooral de gezichten.
- Als kind had je ingebeelde speelkameraden, je speelt bv cowboy en indiaan tegelijk.
- Aanvallen van plotse lage eigenwaarde, terwijl je weet dat je heel veel kwaliteiten hebt.
- Vrijheid is belangrijk, je hebt veel ruimte nodig, die je niet durft in te nemen.
- In een groep voel je je verantwoordelijk voor het ‘wel en wee’ van de anderen.
- Je spreekt gemakkelijk in de “wij” vorm.
- Je wordt gemakkelijk gestuurd door wat moet of zou moeten.
- Je bent mannelijk maar hebt een sterke vrouwelijke kant of je bent vrouwelijk maar hebt een sterke mannelijke kant.
- Diep van binnen voel je je vaak op verschillende vlakken op de tweede plaats.
- Je voelt je regelmatig eenzaam. Het gevoel dat je ‘alleen’ bent, ondanks dat je fijne mensen om je heen hebt.
- In gedachten kun je (onbewust) veel bezig zijn met de dood. Je ‘hang’ naar de dood is groot of je doet dingen in je leven die veel risico’s met zich meebrengen.
- Je bent hooggevoelig.
Bron: Gebaseerd op het boek ‘Het drama in de moederschoot’,
geschreven door Alfred en Bettina Austermann.
Het fenomeen ‘Alleengeboren tweeling’ wordt ook wel gekoppeld aan hooggevoeligheid. De overlevende helft van een tweeling, blijkt veelal zeer sensitief te zijn. Andersom zijn er schattingen dat één op de twee hooggevoelige mensen een overlevende tweelinghelft is. Het gemis van een tweelinghelft kan groot zijn, of je je er nu bewust van bent of niet. Bovendien is het van invloed op je gevoel van ‘bestaansrecht’. Iets waar ik over schrijf in de blog Vitamine B12 tekort.
Voor meer informatie betreft alleengeboren tweeling,
verwijs ik je door naar Uit je trauma, in je kracht.