Overslaan en naar de inhoud gaan

Mind(re)set

Persoonlijk verhaal
Als holistisch energetisch therapeut weet ik hoe diep angsten, patronen en overtuigingen in ons systeem verankerd kunnen zitten. We dragen niet alleen onze eigen ervaringen met ons mee, maar ook de emotionele beladenheid van onze voorgaande generaties, een energetische erfenis die zich opslaat in ons celgeheugen. 

Afgelopen mei besloot ik een midweek ‘off grid’ te gaan en trok ik de Portugese bergen in: de Mind(re)set Bergtocht, georganiseerd door Alles Is Mindset.  Het werd een intensieve transformatiereis.

Dit verhaal gaat over mijn sprong in het diepe, het loslaten van het ‘moeten’ en de fysieke ontlading zodra ik voelde dat ik mijn eigen pad kon bewandelen.

De dag van vertrek

Bij aankomst op Schiphol maakte ik kennis met de medereizigers en vlogen we gezamenlijk naar Porto. Daar werden we door één van onze begeleiders opgehaald en naar onze bestemming gebracht; iets minder dan anderhalf uur rijden. We verbleven in een villa in de bergen. Aan het eind van de middag kwamen we daar aan en kregen we de ruimte om te acclimatiseren. Na het avondeten maakten we een korte wandeling in de buurt. Geheel zonder pijn in mijn linkervoet, zoals ik al voorvoelde dat het zou gebeuren.

Ineens was die pijn enkele maanden daarvoor ontstaan en tot aan de dag van vertrek wisselend aanwezig, maar nooit weg. Daarbij werd me aangereikt dat het energetisch celgeheugen was geactiveerd en dat dit met mijn moeder had te maken. Ergens was er nog altijd de beperkende overtuiging van haar in mijn systeem aanwezig. Zij besloot dat het leven na haar 50ste voorbij was en daar leefde ze dan ook naar. Iets waar ik niet langer ‘loyaal’ aan wilde zijn. Het mag goed gaan met mij, zonder dat ik me naar haar toe schuldig hoef te voelen.

Vanuit Nederland had ik een steen meegenomen. Deze droeg ik in mijn linkerbroekzak; de kant van de intuïtie, het ontvangen én de moeder(lijn). Met deze steen herinnerde ik mezelf eraan dat ik het celgeheugen mocht doorbreken door, letterlijk en figuurlijk, mijn eigen pad te lopen. Mijn intentie was om de steen op de laatste dag in Portugal achter te laten.


Van 0 tot nu

De eerste wandeldag stond in het teken van ‘van 0 tot nu’. In de ochtend kregen we een individuele opdracht waarbij we belangrijke gebeurtenissen of situaties in ons leven op een tijdlijn mochten zetten.

Ik schreef mijn eerste herinnering op, waarin ik als anderhalfjarig meisje tegen de verwarming viel, wat resulteerde in een gat in mijn voorhoofd, boven mijn linkerwenkbrauw. Het was mijn eerste herinnering aan het ziekenhuis, dat 17 jaar later mijn werkgever werd. Verder schreef ik dat ik als kind regelmatig fysiek lastig ben gevallen, waardoor ik er uiteindelijk voor koos om als 16-jarige op karate te gaan. Iets wat mijn leven in positieve zin heeft veranderd én zelfs een manier van leven werd. Ook dat mijn twee zonen huilbaby’s waren, wat ervoor heeft gezorgd dat ik in aanraking kwam met het energetisch werk dat ik tot op heden doe. Tot slot noemde ik de mantelzorg voor mijn vader, alsmede het kruispunt waar ik me op het moment van de bergretreat bevond. Waar stond ik en waar wilde ik heen? Dat ik de ouder van mijn ouders was geweest, werd de rode draad in mijn verhaal.

We startten één voor één aan de wandeling door achter elkaar te lopen zonder met elkaar te praten. Zo konden we ‘in rust’ naar binnen keren om te reflecteren. Omdat we ook een steen moesten zoeken ter grootte van een mango, pakte ik die al in de eerste paar meters. Dan hoefde ik daar niet meer over na te denken, was mijn praktische beredenering. Ik begon als derde, maar al gauw liep ik achteraan. Het was warm, de helling was steil, mijn bovenbenen verzuurden en op enig moment kreeg ik amper adem. Op wilskracht buffelde ik door en keek niet naar boven, want daarmee zakte de moed me in de bergschoenen. Al gauw begonnen mijn benen te zwabberen en werd ik duizelig. Hierdoor miste ik waar mijn voorganger heen liep en koos ik het verkeerde pad. Bij de derde keer dat het gebeurde, kon ik niet verder en leidde begeleider R me terug met de woorden dat ik steeds het moeilijkste pad koos. Dat was een metafoor voor mijn leven. De berg spiegelde het me duidelijk voor en dat gegeven kwam hard bij me binnen. Desondanks vervolgde ik mijn weg, al liep ik inmiddels achterop.

De buitentemperatuur bleef stijgen en ik merkte dat mijn lichaam de hitte niet kreeg verwerkt. Zo nu en dan nam ik wat slokken water en buffelde door, totdat me een halt werd toegeroepen. De steen moest ik weggooien en begeleider R nam mijn rugzak over. Daarna ging het me makkelijker af. Echter, de frustratie zat me inmiddels hoog. Na al die maanden van toegewijde training deed mijn lichaam totaal niet wat ik had verwacht. Ik reflecteerde er op los, maar het zware gevoel kreeg ik niet ongedaan.

Op enig moment stelde begeleider R voor om even te stoppen en van het uitzicht te genieten. Ik was er tenslotte voor mijn eigen proces, waarbij de wandeling het middel was en niet het doel. De omgeving was prachtig en ik kon daar echt van genieten.
Eenmaal weer aan de wandel vond ik een steen ter grootte van een mango én een stukje zwarte toermalijn. Blijkbaar had ik die laatste nodig in verband met het zware gevoel in mijn systeem?

Na het middaguur kwamen we boven aan. Het was lunchtijd en ik zocht één van de weinige schaduwplekjes op. Hoewel ik de warmte nog altijd niet goed kwijt kon, kwam ik wel op adem. Daarna begon de afdaling en dat ging me goed af. Aangekomen bij een meer, stopten we voor een pauze en een schrijfopdracht. Hoewel schrijven mij normaliter goed afgaat, kreeg ik geen letter op papier. Door alle opgedane externe en interne indrukken, had ik een error in mijn hoofd. Mijn gemoedstoestand werd er niet beter op. Begeleider S liet weten twee verschillende kanten bij mij te zien; een zachte en een harde kant. Ik vertelde dat dit voor mij herkenbaar was en refereerde dit aan verschillende factoren, waaronder het hebben van een verloren tweelingbroer en de parentificatie. Hoewel het  een mooi, open gesprek was, nam de zwaarte in mijn systeem niet af. De warmte speelde me nog altijd parten en ik was blij dat we op een gegeven moment onze wandeling vervolgden. Onderweg had ik desondanks mooie gesprekken met verschillende mensen.

In de laatste paar kilometers gebeurde er iets onverwachts. Begeleider M werd door een giftige adder in zijn hand gebeten. Niet dodelijk, maar wel zodanig dat medische hulp vereist was. De ambulance kwam op het eindpunt ter plaatse, waarna hij werd meegenomen. Onze groep ging met twee begeleiders verder. Rond 19.00 uur kwamen we bij onze villa aan. Met 10 uur lopen hadden we 20 kilometer in de benen. Hoewel het klimmen me was tegengevallen en ik de warmte slecht kon ventileren, herpakte ik mijn energie. Ik besloot de volgende dag met frisse moed te beginnen. Een nieuwe ronde met nieuwe kansen.


Flashback

Als ik ergens een bloedhekel aan heb, dan is het iets ‘moeten’. Mijn moeder had de gewoonte om op de meest onmogelijke momenten dingen van mij te vragen. Iets wat ze vanuit haar verwachting en onder haar voorwaarden deed. Zoals die ene keer dat ik op een zaterdagavond op het punt stond om met vrienden de binnenstad in te gaan. Bij mijn vertrek sommeerde ze dat ik de badkamer moest schoonmaken, wat ik uiteraard niet deed. Het was haar manier om de controle te houden op haar leven en de situaties daarin. 

Wanneer ze zei dat ik iets niet moest doen, deed ik het juist wel. Bijvoorbeeld op karate gaan en later op mijn 22ste als horecaportier te gaan werken. Voor beiden vond ze me ongeschikt, ongeacht wat ik er zelf van vond. Haar ‘afkeuring’ maakte het dat ik er juist dwars tegenin ging. Uiteindelijk behaalde ik voor karate met veel toewijding de zwarte band en heb ik 11 jaar met veel plezier aan ‘de deur’ gestaan.

Mijn moeder stond altijd ‘aan’. Zij ervoer veel stress in haar leven dat maakte dat ze op een chronisch ‘standje overleven’ stond. Zij ‘moest’ veel, denk ik nu als volwassene.


Voorbij het ‘moeten’

De tweede wandeldag stond in het teken van ‘de waarom’, waarbij onze drijfveren, waarden en overtuigingen aan bod zouden komen. Ik hing er het thema ‘heden’ aan. We kregen een lijst met kernwaarden waaruit we een persoonlijke selectie mochten maken. Iets waar we gedurende de dag op terug zouden komen. In mijn top 3 schreef ik ‘gezondheid’, ‘verbinding’ en ‘passie’.

Eenmaal aan de wandel verdween de opdracht naar de achtergrond. Hoewel we deze keer gezamenlijk naar boven gingen, raakte ik al gauw weer achterop. We zouden een uur wandelen, om dan even te stoppen dus dat leek me te overzien. Toch kon ik de warmte weer niet kwijt en werd mijn rugtas opnieuw overgenomen. Na een uur stopten we inderdaad en toen bleek dat we nog geen 150 meter hadden gelopen. Of liever gezegd geklommen want de helling was 30%. Rond het middaguur met een buitentemperatuur van 40 °C zonder schaduw, was dat allesbehalve aangenaam.

Er volgde een evaluatie waarbij de begeleiders ons vroegen wat te doen; doorgaan of terug naar beneden. Feit was dat we nog 650 meter moesten klimmen, wat zou neerkomen op vier uur buffelen, om daarna nog urenlang af te dalen. Daarop borrelde er een schuldgevoel bij mij omhoog, want ik was degene die het tempo laag hield. Althans, zo ervoer ik dat. Ik wilde niet de zwakste schakel zijn en het voor de rest verpesten. Daarom gaf ik aan mee naar boven te gaan als de groep dat wilde; linksom dan wel rechtsom, maar die top zou ik bereiken. Het bleek echter dat er meer mensen klachten hadden. Iemand had hoofdpijn en een ander had pijnlijke knieën. Al gauw werd het unanieme besluit genomen om terug te gaan. Er werd ons verteld dat we als groep de enige juiste keuze hadden gemaakt. Ook dat wanneer we anders hadden besloten, de begeleiders (oud-mariniers) het voor ons hadden gedaan. De omstandigheden bleken te extreem en die middag zou er een andere route volgen. Tijdens het afdalen zakte het schuldgevoel af en genoot ik van het uitzicht.

Na de lunch werd ons gevraagd om een steen ter grootte van een mango te zoeken. Het bleek dat de dag daarvoor niet iedereen een exemplaar had meegenomen. Mijn ‘mango’ lag nog op mijn kamer dus ik zocht én vond een nieuwe. Ik kreeg de opmerking dat ik geen fruitschaal hoefde te verzamelen, maar bij mij gaan dingen wel vaker in tweevoud. Alles gebeurt met een reden.

Het werd een fijne, korte wandeling in een prachtig gebied rondom een stuwdam. Onderweg mochten we in tweetallen onze lijsten met kernwaarden bespreken. Met mijn groepsgenoot kreeg ik een diepgaand gesprek over ‘vrijheid’. Dit was van ons beiden een kernwaarde. Ik ben iemand die veel vrijheid nodig heeft. Ik kan goed op mezelf zijn en activiteiten alleen ondernemen vind ik belangrijk om tot mezelf te komen. Iets wat ik sinds het moederschap, zeker toen mijn ouders nog leefden en de kinderen jonger waren, geen prioriteit heb gegeven. Het was na het overlijden van mijn vader in 2024 één van de redenen dat ik mezelf opgaf voor deze bergtocht.

Beneden bij de stuwdam maakten we het ons makkelijk naast een bergbeek; een groene omgeving met veel grote keien. Met de kernwaarden in ons achterhoofd mochten we een emotie, of iets anders waar we vanaf wilden, aan onze meegenomen steen verbinden. Bij mij kwam ‘het moeten’ omhoog. Deze intentie gaf ik de steen mee.

Er werd ons gevraagd om in zwemkleding én met de steen de bergbeek in te stappen. In mijn lichaam ervoer ik weerstand zodra mijn tenen het ijskoude water raakten. Eenmaal tot mijn knieën erin, voelde ik mijn onderbenen niet meer. We ‘moesten’ zitten. Wonderlijk genoeg trok de kou toen weg uit mijn benen en lukte het me om tot mijn borst in het water te zakken. Of wat daarvoor moest doorgaan, want ik balanceerde op een glibberige kei waar ik absoluut niet vanaf wilde vallen. Zo zat ik daar met mijn ‘het moeten’-steen in een situatie waarin ik liever niet wilde zijn. Maar na een paar minuten ervoer ik dan toch een overgave en liet ik op enig moment de steen en dus ‘het moeten’ los. Dat was een paradoxaal moment.

Ik werd door begeleider S aangesproken. Hij liet weten dat ik te hard voor mezelf was, maar dat hij ook mijn zachte kant zag en mij daar meer van gunde. We raakten in gesprek over ‘het moeten’ en ik haalde onder andere het badkamervoorbeeld van mijn moeder aan. Daarna vervolgden we onze weg terug over de stuwdam richting de bus. Het wandelen zat er voor die dag op. Rond 16.00 uur kwamen we terug bij de villa. Ondanks dat we slechts drie kilometer in totaal hadden gelopen, waren de individuele processen er niet minder om. Iedereen was ‘moe en voldaan’, al dekte dat de lading niet.

Na het overlijden van mijn vader is mijn leven in een rustiger vaarwater terecht gekomen. De steile berghelling spiegelde het me voor. Het voelde alsof oude restenergieën definitief uit mijn systeem werden gedrukt. Alles om ruimte te maken voor ‘het nieuwe’ dat eraan komt; of eigenlijk al aanwezig is, maar nog fysiek zichtbaar gaat worden. Het groene eindpunt bij de stuwdam markeerde hoe mijn nabije toekomst eruit gaat zien: rustig en in harmonie. Kortom, het was een enerverende dag.


Van zwaarte naar lichtheid

Omdat deze dag flink wat stof in mijn systeem had doen opwaaien, zonderde ik me af van de groep en ging ik in de tuin in de hangmat liggen. Zo lag ik daar tussen de bomen te mijmeren over dat wat de bergen mij ongefilterd hadden aangereikt. Er kwam verdriet naar boven. Een gevoel van eenzaamheid dat terugging naar de periode waarin ik als jong meisje niet gezien werd door mijn moeder. Sinds haar overlijden ben ik ervan overtuigd dat zij eenzaam was en dat ik haar emotie voelde, zo niet van haar overnam. Als (jong)volwassene voelde ik me vaak onzichtbaar. Soms nog steeds, zoals deze avond in de hangmat. Iets wat mijn innerlijke kind projecteerde op de groep en in het bijzonder op de begeleiders. Echter, mijn volwassen versie wist dat men mij bewust met rust liet. De zwaarte in mijn systeem mocht de volledige ruimte krijgen. Maar liefst twee uur lang heb ik met verdriet en eenzaamheid in de hangmat gelegen. Iets waar ik geen concrete woorden aan kon geven. Het was er gewoon.

Op enig moment ging ik op de veranda zitten. Ineens zat begeleider R naast me. Hij vroeg of ik wilde praten en zo geschiedde. We hadden een goed gesprek over onder andere ‘het moeten’, hulp vragen en mijn ervaringen als kind. Ook bespraken we de tegenstrijdigheden van de harde en zachte kant van mijn karakter. Hoewel ik dit laatste vaker had gehoord, kon ik het deze keer beter ontvangen. Door het gesprek loste de zwaarte in mijn systeem een beetje op.

Inmiddels was begeleider M terug uit het ziekenhuis en was het tijd om te eten. In de keuken trof ik hem en constateerde ik dat hij in zijn linkerhand gebeten was; de kant van de vrouwenlijn, de moeder én het ontvangen. Ook deze situatie spiegelde mij iets voor. De leider in mij mocht verzachten en ontvangen, werd me aangereikt.

Die avond kon ik de slaap moeilijk vatten. De halve nacht zag ik het spelletje Tetris symbolisch voor me: blokjes die van boven naar beneden vielen. De zwaarte in mijn systeem, het verdriet voortkomend uit eenzaamheid, de verschillende gesprekken gedurende de dag en de slangenbeet in de linkerhand; alle losse puzzelstukjes vielen die nacht op hun plek. Mijn systeem was de chaos aan het ordenen. Tegelijkertijd voelde het alsof er iets was losgebroken; de zwaarte maakte plaats voor lichtheid. Ik viel in een diepe slaap.


Wie ben ik

Na de zwaarte van de vorige avond werd ik ‘fris & fruitig’ wakker. Wie ben ik in de kern en hoe wil ik mijn toekomst vormgeven? Hiermee gingen we aan de slag. De wandelroute was aangepast. Steile hellingen werden afgewisseld met glooiende paden. Mede door alle gesprekken die ik onderweg voerde, kan ik me er bijzonder genoeg weinig van herinneren. Als ik het vertaal naar mijn toekomst was dat niet zo gek; die was namelijk nog niet helemaal helder voor me.

Op een mooie groene plek bij het water hielden we op enig moment pauze en mochten we ons bezighouden met een opdracht. Er werd gesproken over het ‘innerlijke kompas’ en dat we de kernwaarden van de dag daarvoor in  ons achterhoofd konden nemen. 

Omdat ik met ‘onvoorziene omstandigheden’ in mijn leven te maken had, nam ik die situatie in mijn achterhoofd. En zo kwam ik bij hele andere kernwaarden uit dan die ik de dag daarvoor in mijn top 3 had staan. Naar gelang het moment voor mij meer passend bij de ‘harde kant’ van mijn karakter. Daarmee kies ik niet altijd het makkelijkste pad, maar het heeft me tot nog toe wel ver gebracht. In die specifieke situatie volgde ik mijn intuïtie (de zachte kant) en beet ik me er tegelijkertijd als een pitbull (de harde kant) in vast, ook al leek dat voor de buitenwereld totaal onlogisch. Daarbij was het de kunst om mijn sterke kant niet mijn zwakte te laten worden. In de groep legde ik de situatie uit, waarin mijn kernwaarden ‘bewustzijn’, ‘leiderschap’ en ‘authenticiteit’ samenkwamen. Iets wat ik niet anders kon aanpakken dan dat ik op dat moment deed. Hoe dan ook, de omgeving was prachtig en de innerlijke reis gaf me niet zozeer nieuwe inzichten, maar wel het rotsvaste vertrouwen dat het goed zou komen.

Die avond volgde er een laatste opdracht en een evaluatie. De wandeldagen zaten erop en voor de volgende dag stond de uitdagende activiteit gepland. Er werd ons niet verteld wat dat was, zodat we er ons mentaal niet op konden voorbereiden. Heel eerlijk? Met mijn vermoedens wat we gingen doen, zag ik er als een berg tegenop.


Flashback

Als kleuter was ik een durfal en kende ik geen extreme angsten. Voor zover ik me kan herinneren was ik alleen bang in het donker omdat ik van alles in de energie ervoer én voor ‘witte jassen’ omdat ik regelmatig in het ziekenhuis kwam. In ieder geval niet voor water, diepte, hoogte en spannende activiteiten.

Ik was een echte waterrat. Wanneer ik in de buurt van water kwam, wist ik niet hoe snel ik erin moest springen. Het schijnt dat ik een keer, op weg naar de binnenstad om te winkelen, naar de gracht ben gerend. Mijn moeder kon me nog net tegenhouden, terwijl ze doodsangsten uitstond. Tenminste, dit kreeg ik regelmatig te horen toen ik ouder was. Zelf kan ik me er niets van herinneren.

Toen ik zes jaar was, ging ik op zwemles en bleek ik ‘ineens’ angstig voor water. Van de kant afspringen en duiken van de duikplank was niet aan mij besteed. Onder water zwemmen was een drama. Het duurde heel wat lessen voordat ik ‘normaal’ kon meedoen. Ik heb daar niet de fijnste herinneringen aan overgehouden.

Als schoolgaand kind hield ik van actie en dingen ondernemen. Stiekem een fikkie stoken, in bomen klimmen en met de jongens uit de buurt op ‘verboden (bouw)terrein’ verstoppertje spelen, behoorden tot mijn bezigheden. Ook ‘stunten’ op de steile trap en boven het trapgat in mijn ouderlijk huis deed ik graag. Echter, als jongvolwassene bleek ik ‘ineens’ dieptevrees te hebben, al noemde ik het toen nog hoogtevrees.

Mijn moeder had veel angsten. Met alles wat ik deed en ondernam, zag ze meestal beren op de weg. Soms op het extreme af. Haar acties en reacties waren daar ook naar. Niet voor niets ontwikkelde ik watervrees en kreeg ik last van dieptevrees. Alles heeft een reden en het komt ergens vandaan. Kinderen zitten in de energie van de ouders. Als hooggevoelig meisje pikte ik de angsten van mijn moeder feilloos op. Iets wat versterkt werd door haar extreme reacties.

Zo vertelde ze een keer dat ze bang was geweest om mij op een onbewaakt moment door verdrinking te verliezen. Ter ‘bescherming’ had ze mij als kleuter met mijn hoofd onder water geduwd. Dit om mij te laten schrikken, zodat ik nooit meer zomaar in het water zou springen. Dat haar actie voor watervrees had gezorgd, had ze niet voorzien. Aldus de verklaring van mijn moeder. Ook heeft ze me een keer aan één been boven het trapgat laten bungelen. Opdat ik het ‘stunten’ per direct zou afleren. Ik weet niet hoe oud ik toen was, maar kan me nog vaag de angst herinneren die dat bij me opriep.


Energetische erfenis

Mijn moeders ‘bescherming’ kwam voort uit haar eigen trauma en daarmee werd het de mijne. Met deze opgeslagen ‘energetische erfenis’ in mijn systeem, begon de dag van de uitdagende activiteit met veel angst.

In de ochtend vertrokken we met een busje naar bestemming ‘onbekend’. Eenmaal aangekomen in Nationaal Park Peneda-Gerês werd mijn donkere vermoeden bevestigd. We gingen canyoning doen; een avontuurlijke buitensport waarbij je een kloof afdaalt door te wandelen, zwemmen, klimmen, glijden, springen en abseilen. Op het gebouw waar we ons moesten verzamelen, hing een meer dan levensgrote poster van een lachende vrouw die boven een waterval hing. Echter, bij mij stond het huilen me nader dan het lachen. Alleen de gedachte aan wat we gingen doen, maakte al dat ik blokkeerde.

We kregen een wetsuit en schoenen aan, waarna ons een klimgordel werd aangereikt. Daarna was het nog tien minuten rijden tot de juiste locatie. Op enig moment stopten de auto’s. Naast de weg daalden we af naar het water in de kloof. De natuur was werkelijk prachtig; veel groen en mooie rotspartijen vormden het decor. Toch overheerste de angst voor wat er nog ging komen.


Mijn uitdaging

De eerste uitdaging diende zich al gauw aan; abseilen vanaf een kleine waterval. Toen een begeleider van onze groep aanstalten maakte om te beginnen, liet ik weten als tweede te willen om er maar vanaf te zijn. Zo geschiedde. Hoewel ik er tijdens het aankoppelen van mijn klimgordel erg tegenop zag, ging het abseilen me redelijk goed af. Eenmaal beneden was ik opgelucht, maar de angst voor wat er nog ging komen overheerste.

Op enig moment kwamen we aan bij een rand van rotsen. Voorzichtig keek ik er overheen en tuurde in een groot donker gapend gat, zeven meter onder me. Althans, zo kwam het wateroppervlak bij me binnen. Waar ik bij het abseilen besloot als tweede te gaan, was ik hier aan de rots genageld. Ik wilde niet springen, maar ik zag ook geen alternatieve route en ik belandde in een paniekaanval.

Terwijl mijn groepsgenoten één voor één sprongen, heb ik gehuild alsof mijn leven ervan afhing.

Begeleider M stelde me gerust en vroeg of ik bij de rand wilde staan. Alleen om te kijken. Hoewel ik doodsangsten uitstond, deed ik wat hij vroeg want ik had me hier niet voor niets voor opgegeven, vond ikzelf. Ik keek naar beneden waar ik begeleider R en de rest van de groep zag zwaaien. Echter de angst had de overhand; elke vezel in mijn lijf verzette zich tegen een sprong in het diepe. Begeleider M vroeg wie mij het beste kon ondersteunen. Omdat ik fijne gesprekken met begeleider S had, koos ik hem. Ik bleef samen met hem achter. Ondanks de paniek verscheen er ergens in mijn achterhoofd een stemmetje dat me toefluisterde: ‘Nu of nooit’…

Ik ben een intrinsiek gedreven mens; wat wil zeggen dat ik iets uit mezelf dien te voelen om het te doen. Daar stond ik dan, angstig op de rand van de rotsen. Na wat bemoedigende woorden pakte begeleider S me vast met de mededeling dat ‘nu’ het moment was om mijn harde kant naar boven te halen.

Ik dacht terug aan de laatste keer dat ik op skivakantie was. Jaren geleden, voordat de kinderen er waren. Ik had in doodsangst boven aan een piste gestaan, terwijl de rest van mijn groep al op de helft van de piste was. Opeens was ik er klaar mee. Met het skiën. Met de piste. Met mezelf. Roekeloos én met gevaar voor eigen leven skiede ik in één rechte lijn naar beneden. Het liep gelukkig met een sisser af.

Ergens heb ik dus een knop die ik kan omzetten als ik dat wil. Terwijl ik moed verzamelde, liet ik weten te gaan springen. Ik voelde hoe S zijn hand op mijn onderrug had liggen. Bij mijn zoveelste ademteug gaf hij een beetje druk. Blijkbaar had ik dat ‘steuntje’ in de rug nodig, want ik sprong. Toen ik weer boven water kwam, keek ik recht in de blije blauwe kijkers van begeleider R. Ik kreeg een omhelzing en een applaus.

Daarna door, want met een vier uur durende canyoning waren we er nog niet. Er volgde wederom abseilen. Hoewel dat deze keer wat hoger was, viel het me alles mee. Ik dacht dat ik het ergste had gehad, totdat we bij de volgende sprong van zeven meter waren aanbeland. Het betrof een smalle richel langs een verticale rotswand, waar je alleen met de plaatselijke gids van de organisatie kon staan. Vanuit die richel stak een kleine rots ter grootte van twee voeten uit. Er was geen weg terug, vanaf daar moest ik springen.

Ik vroeg aan begeleider S of hij op mijn commando tot drie wilde tellen. Het werd drie keer drie, maar ik kwam niet in beweging. Deze keer had ik geen fysiek steuntje in de rug. Ik voelde dat ik het zelf ‘moest’ doen en vroeg aan S. of hij niet meer wilde tellen Ik heb geen idee hoe lang ik daar heb gestaan, maar op enig moment voelde ik de innerlijke rust. Ik haalde een paar keer diep adem en sprong.

Na de tokkelbaan liet de plaatselijke gids weten dat het de laatste activiteit was. Vanaf daar moesten we een stukje lopen om bij het eindpunt te komen. De adrenalinerush klapte er in en mijn benen werden als lood. Uiteindelijk kwam ik moe en voldaan aan. De rest van de dag liet ik gelaten over me heenkomen. Alle indrukken moest ik verwerken. Het canyoning, maar eigenlijk de hele midweek, had flink wat in beweging gezet, al kon ik er toen nog geen concrete woorden aan geven.


Familiegeschiedenis herschreven

Aan het eind van de middag waren we terug bij onze villa. Er volgde een barbecue en daarna nam ik een rustig moment voor mezelf. Vanuit Nederland had ik een steen meegenomen. Deze droeg ik elke wandeldag in mijn linkerbroekzak; de kant van de intuïtie, het ontvangen en de moeder(lijn). Met deze steen herinnerde ik mezelf eraan dat ik het celgeheugen mocht doorbreken. Dit door mijn eigen pad te lopen en niet dat van mijn moeder. Maar ook om haar ‘opgelegde’ angsten te overwinnen. Of in ieder geval de uitdaging aan te gaan door ze onder ogen te zien.

De ‘mango’-steen die ik op de eerste wandeldag had meegenomen, lag nog altijd op mijn kamer. Met het thema ‘van 0 tot nu’, voelde het voor mij passend om die samen met de steen uit Nederland op rituele wijze ergens in de natuur te leggen. Dat maakte voor mij de cirkel rond. Die twee stenen samen vertegenwoordigden alles wat mij tot dan toe had gevormd, maar wat ik niet meer met me mee wilde dragen. Door ze achter te laten in de bergen, neutraliseerde ik het celgeheugen en ‘herschreef’ ik mijn familiegeschiedenis.


Mijn eigen pad

Terug in Nederland begon de huid op mijn linkerarm vrijwel direct te jeuken. Er ontstonden bultjes over de gehele binnenkant van de arm. Iets wat ik als kind vaak had. Mijn moeder zei dan altijd dat het warmtebultjes waren, omdat mijn lichaam het benauwd had. Ik hoor het haar zo zeggen.

Dat het zich na de bergtocht zo expliciet heeft gemanifesteerd, gebeurde niet zomaar. Alle opgeslagen emotionele beladenheid kwam eruit. Mijn moeder ging vaak over mijn grenzen heen en haar aanwezigheid ervoer ik dan als verstikkend. De huid staat voor grenzen stellen. Het neutraliseren van het celgeheugen betekende dat ik een nieuwe, gezonde grens trok tussen mijn moeders energetische blauwdruk (passief/oud) en mijn eigen blauwdruk (actief/vitaal). Mijn huid reageerde hierop door de oude herinnering letterlijk naar buiten te duwen. Zodat ik er vanaf raakte en mijn eigen leven weer kon aanpakken en omarmen. Na een week werd mijn huid rustiger. Alle indrukken waren geland en wat er overbleef, waren nieuwe inzichten, fijne herinneringen en het bewandelen van mijn eigen pad. 


De Mind(re)set Bergtocht is een fijn concept en een aanrader!
De begeleiders zorgden voor een veilige bedding tijdens het proces,
waar we
zowel individueel als in de groep doorheen gingen.
Deze bijzondere ervaring heeft bij mij veel in beweging gezet.
Ik ben dankbaar dat ik het heb mogen meemaken.